Telen zonder chemie

Een interview voor Boerderij; een onafhankelijk weekblad voor de landbouw.

Biobedrijf NZ27 moet 'lean en mean' zijn

Sinds de drooglegging begin jaren 70 zijn er nooit chemische middelen gebruikt op het biologische akkerbouwbedrijf NZ27 in Zeewolde. En het staat er nog. Een bewijs dat het kan, aldus directeur David Egelmeers. Dit najaar kreeg hij koninklijk bezoek op zijn ‘oergronden’. Een interview van Tineke Hoekstra.

De koning sprak in zijn verhaal met agrarische ondernemers van een ‘niche’, en dat stak Egelmeers: “We lopen hier in de polder voorop met verduurzaming en zijn vernieuwend bezig. 15% van de akkerbouw is biologisch. Ik had graag gehoord dat we weliswaar niet de grootste zijn, maar zeker geen niche. Als gastheer zat ik niet aan tafel en kon niet reageren. Jammer, een gemiste kans.”

Twee jaar geleden nam de 55-jarige David Egelmeers het stokje over van Douwe Monsma, die het bedrijf meer dan 30 jaar runde, en het ontwikkelde tot een economisch en ecologisch gezond bedrijf. Het was een logische stap, Egelmeers is opgeleid als biodynamisch boer en al jaren werkzaam in de biologische sector, zowel in de handel als in de verwerking. Zijn sporen verdiende hij onder meer bij Odin, een coöperatie van biologische voeding met een groothandel en circa 40 winkels. Daarvoor leidde hij in Duitsland 14 jaar lang zijn eigen onderneming en begeleidde hij biologische bedrijven. Ook werkte hij bij het internationale merk voor biodynamische landbouw, Demeter, in Berlijn.

Oergronden in de Zuiderzee

Op de ‘oergronden’ van de voormalige Zuiderzee wordt op 210 hectare op biodynamische wijze aardappels, uien, pompoenen, erwten, bonen, kool, gras-klaver- luzerne, suikermais, rode biet, knoflook, broccoli, bleekselderij en granen verbouwd – in een vruchtwisseling van 1 op 6 en 1 op 12. Egelmeers: “Ik merk dat je als biologische akkerbouwer steeds meer groenten gaat verbouwen. Je wordt een groenteteler.”

Het bedrijf is daarnaast gespecialiseerd in bewaring, opslag en sortering. Bij zijn boerderij staan twee grote bewaarschuren. Een heftruckchauffeur rijdt heen en weer met kisten voor transport. In ruim 4.000 kisten liggen in deze periode uien, pompoenen, maar vooral aardappelen klaar voor vervoer naar Agrico. NZ27 verwerkt jaarlijks 8.000 ton van 50 tot 70 telers. Achter de schuren ontvouwt zich een eindeloze open vlakte, waarop windmolens draaien. Op een perceel staat nog rode biet. Samen met vier boeren in de buurt verwerken en verpakken ze de meeste gewassen zelf. Doordat ze voor 25% aandeelhouder zijn in het teeltbedrijf Bio Brass is de keten kort.

Volautomatische pompoenoogst

Er werken acht mensen (zes fte) bij NZ27. Twee maanden per jaar helpt een vaste groep seizoenswerkers uit Roemenië mee met wieden en het binnenhalen van de oogst. De akkers worden bewerkt met wiedeggen en schoffelbalken. Qua teelt kunnen ze nog zonder de inzet van kunstmatige intelligentie (AI).

Zijn recentste aanschaf is een pompoenoogstmachine, die volautomatisch de vruchten opraapt en zelf in de kist legt. Het scheelt 14 werkkrachten. Toch zit de innovatie voor de ondernemer niet enkel in machines, maar in nog meer samenwerking in de korte keten. Samenwerking, het is zijn leitmotiv. Het bedrijf is Skal-, Demeter- en GlobalGap gecertificeerd en voert het keurmerk PlanetProof. De audits doorstaat hij moeiteloos.

Nooit anders geboerd dan biologisch

De directeur heeft nooit anders geboerd dan biologisch. In zijn jonge jaren wilde hij de wereld verbeteren. Hij weet niet wat het is om met chemische bestrijdingsmiddelen te werken. En dat zijn gewas er anders bij staat, er minder afkomt dan bij een gangbaar bedrijf, is zijn referentiekader. Hij krijgt er ook meer geld voor en het gaat uiteindelijk om het bedrijfsresultaat.

De akkerbouwer leidt NZ27 als een zakelijk manager van een midden- en kleinbedrijf. Om het bedrijf vooruit te brengen maakt hij jaarplannen, financiële begrotingen. “Als boer en ondernemer wil je de getallen goed inzichtelijk hebben.” Zijn doel is het bedrijf toekomstbestendig te maken door ‘smart sustainable farming’. Het bedrijf moet klimaat robuuster worden. Voorbereid zijn op weerextremen.

Met voldoende rustgewassen, groenbemesters en bodemverbeteraars (reparatiebemesting met natuurgips) is de bodem in gezonde handen. Geen enkele buurman heeft gras-klaver, maar hij ruilt het tegen vast mest, waar de bodem mee wordt gevoed; circulair werken door samenwerking.

Bodem moet nog gezonder

Toch moet de bodem nog gezonder en veerkrachtiger. Op de lange termijn kijkt hij naar waterberging en het waterafvoerend vermogen van sloten. Daarnaast wil hij nog meer inzetten op natuurontwikkeling, bijvoorbeeld met natuurvriendelijke oevers. En het erf ver- rijken met vergroening, het open landschap passend aankleden met hagen en bomen. “Nee, het wordt hier zeker geen bos”, stelt hij meteen.

Aan ambitie geen gebrek. Het bedrijf moet autonomer. Er liggen 1.400 zonnepanelen op de daken en er staan vier windmolens op het land, waarvoor ze winst- deling krijgen. Energieopslag is iets voor de toekomst. Nog sterker circulair, gestructureerder en efficiënter. ‘Lean en mean’ op alle fronten, maar dan op ‘oergrond’.